|

Rob
van Maarschalkerwaart (overleden in 2003)
Industrieel
ontwerper / Stedebouwkundige dienst Binnenstad Amsterdam
Hoofd industrieel ontwerpbureau DRO-Straatmeubilair
Kerndocent post-academische opleiding stedebouwkundig micro-milieu,
Hogeschool voor de Kunsten Utrecht
|
|
|

|
Willen
bewegwijzeringssystemen gebruikt kunnen worden, dan moeten ze
opvallen, zich onderscheiden van hun omgeving, om herkend te
kunnen worden. In ruimtelijk opzicht zijn ze echter onderdeel
van hun omgeving, en er ontstaat (visuele) irritatie als bewegwijzering
het straatbeeld overschreeuwt, zeker wanneer de herkenbare objecten
vanwege de systematiek vaak moeten worden herhaald. Het is mogelijk
om met behoud van de functionele kwaliteiten van bewegwijzering
vormgevingselementen of ontwerpstramienen uit de bestaande (of
ontworpen) ruimtelijke omgeving te distilleren. Als illustratie
van deze methode, die op elke ruimte en stad en elk terrein
en gebouw kan worden toegepast, zal de binnenstad van Amsterdam
worden gebruikt.
Bijvoorbeeld Amsterdam
Aan
het uiterlijk van Amsterdam kan een geoefend oog de geschiedenis
van de stad aflezen. Dat komt vooral doordat de oorspronkelijke
ontwerpen van de gebouwen terug te voeren zijn tot hun eigen
tijd en soms zelfs tot de avant-garde van hun tijd. Het samenstel
van de 17de-, 18de-, 19de-, en 20ste-eeuwse architectuur en
vormgeving bepaalt het karakter van Amsterdam en maakt de historie
van de stad zichtbaar. De enkele nog overgebleven middeleeuwse
huizen staan midden in de binnenstad, de 17de-eeuwse huizen
in de toenmalige uitbreidingen, en de woningen van na de Tweede
Wereldoorlog in de Westelijke Tuinsteden. De grachtengordel
is niet uniek omdat hij een buitenmuseum van de 17de-eeuwse
monumenten is. Hij is uniek omdat hij op de drempel van de 21ste
eeuw nog steeds in trek is als een gebied om te wonen, te werken
en te bezoeken. Het bijzondere aan de vormgeving is, dat het
na ruim vierhonderd jaar nog steeds mogelijk is een gevel te
ontwerpen die voldoet aan dezelfde ontwerpeisen als de eeuwenoude
Amsterdamse grachtengevels. Deze beide ontwerpprincipes van
de stad - je moet aan een pand kunnen zien in welke tijd het
gebouwd is, en de vormgeving van nieuwe gebouwen moet binnen
de grenzen van een bepaald ontwerpstramien blijven - zijn mogelijk
ook bruikbaar bij de vormgeving van de openbare ruimte en het
bijbehorende straatmeubilair. Wat zijn nu bijvoorbeeld de typisch
Amsterdamse ontwerpstramienen?
|
|
De
Amsterdamse grachtengevel
De
Amsterdamse grachtengevel heeft een zeer eenvoudig ontwerp.
Ontdaan van versieringen is de grachtengevel niet meer dan een
simpel rechthoekig gemetseld vlak van baksteen met 'staande'
rechthoekige gaten (de ramen) die worden bekroond met een eenvoudig
bouwkundig element als een gemetselde drukboog. De ramen zijn
gegroepeerd in gelijkvormige verticale rijen. Het aantal rijen
is afhankelijk van de breedte van de gevel, een veelvoud (veelal
een tienvoud) van 28,3 cm, de Amsterdamse voet. In de hoogte
is de gevel verdeeld in verdiepingen. De hoogte van de ramen
neemt naar boven toe af. Dat is een optische truc om de gevel
hoger te doen lijken. Ook de deur past in die simpele vlakverdeling:
het is één van de gaten. Afgezien van de stoep, de trappen en
eventueel het pothuis, heeft het grachtenpand een uiterste vlakke
gevel. Alleen de strook rondom de voordeur op de beletage en
de topgevel zijn in reliëf. Opvallend is dat de decoratie altijd
op diezelfde plekken is aangebracht.
|
De
vormgeving van de bakstenen grachtengevel is door de eeuwen
heen maar weinig veranderd Tussen de trapgevel en de halsgevel,
en tussen de klassieke Empiregevel en de eenvoudige gevellijst
uit de 19de eeuw bestaat betrekkelijk weinig, maar wel opvallend
verschil. Als je een aantal 'typische' voorbeelden uit die vier
eeuwen naast elkaar legt, is het of je in het compositieboek
van de politie kijkt, dat je in staat stelt uit een beperkt
aantal monden, ogen, neuzen, snorren, baarden en kapsels hele
gezichten samen te stellen. Met deze regels voor de opbouw,
de indeling en de decoratie van de historische grachtengevel
moet het ook mogelijk zijn een 20ste-eeuwse of zelfs een 21ste-eeuwse
Amsterdamse grachtengevel 'samen te stellen'.
|

Na
ruim vierhonderd jaar is het nog steeds mogelijk een hedendaagse
gevel te ontwerpen die past binnen hetzelfde ontwerpstramien
als de traditionele Amsterdamse grachtengevel.
|

Als
je een aantal 'typische' voorbeelden uit die vier eeuwen naast
elkaar legt, is het of je in het compositie boek van de politie
kijkt, dat je in staat stelt uit een beperkt aantal monden,
ogen, neuzen, snorren, baarden en kapsels hele gezichten samen
te stellen.
|
Uitzondering:
de Amsterdamse school
In
contrast met de versobering van de traditionele Nederlandse
baksteenarchitectuur die de architect Berlage rond de eeuwwisseling
introduceerde, heeft een kleine groep architecten in de korte
periode van de Amsterdamse School (1910-1925) een aantal zeer
expressionistische bouwwerken geschapen. Berlage's Beursgebouw
aan het Damrak is bij uitstek een voorbeeld van rationele
bouwkunt, met alleen daar decoratie waar deze uit de constructie
voortvloeit. De formele grondslagen van zijn bouwwerken komen
overeen met die van de grachtengevels: rede, functionaliteit
en (calvinistische) beperking. De architectuur van de Amsterdamse
School is organischer, minder door het classicisme beïnvloed
en rijk aan decoratie. De architecten van de Amsterdamse School
streefden niet uitsluitend naar esthetische vormen; in de
totale vorm moest ook de bestemming van de gebouwen op een
karakteristieke wijze tot uitdrukking komen. Opmerkelijk is
dat de overdadige en organische vormgeving van de Amsterdamse
School in feite slechts tijdens een zeer korte periode uit
de begintijd werd toegepast. Uit ontwerpen van na 1920 blijkt
steeds sterker de invloed van de 'verzakelijking' en de Stijlgroep:
sterker nog dan de invloed van de bezuinigingen uit die tijd.
Bijna al het vooroorlogse straatmeubilair in Amsterdam stamt
uit die jaren van verzakelijking. Bij dit straatmeubilair
bestaat de hoofdvorm steeds uit een aantal geometische (blok)vormen.
Destijds werd hiervoor gietijzer gebruikt. Dit constructiemateriaal
leende zich uitstekend voor de gewenste vormgeving.
|
Vormgeving
voor Amsterdam
Misschien
kan de Amsterdamse School-periode het beste beschreven worden
als de door volkskunst en socialisme beïnvloede pendant van
de Art Déco uit de jaren twintig, die voortkwam uit de Art
Nouveau/Jugendstil-periode van rond de eeuwwisseling. Beide
buitenlandse vormgevingsstijlen hebben overigens opmerkelijk
weinig invloed en navolging gehad in Nederland. De expressieve
vormgeving die een klein aantal invloedrijke architecten van
de Amsterdamse School toepaste, is in de historische opeenvolging
van de 19de-eeuwse neostijlen, de invloed van Berlage en de
Stijl-beweging, slechts een kleine 'omweg' geweest. Samengevat,
en toegepast als methode om de ontwerpstramienen manifest
te maken, liggen de belangrijkste verschillen in vorm en vormgeving
tussen de Amsterdamse grachtengevel en de architectuur van
de Amsterdamse School in:
- De
wijze van decoreren (de decoratie als onderdeel van het
geheel of slechts als toevoeging)
- De
hoeveelheid decoratie
- De
plaats van de decoratie in het ontwerp
- De
stijl van de decoratie (organisch of classicistisch)
|
|
Amsterdams
straatmeubilair
Mede
door de industriële produktiewijze of op zijn minst door de
serieproduktie, heeft de vormgeving van het straatmeubilair
in Amsterdam zich bijna altijd kunnen onderscheiden door een
heldere opzet en een eenvoudige detaillering. Deze vormgeving,
met als kenmerk de stapeling van enkelvoudige geometrische vormen
als rechthoeken, driehoeken en cilinders, is onder andere toegepast
bij de draagmasten op de Berlagebrug, de vooroorlogse wachtkamers
van het Gemeentvervoerbedrijf, de betonnen urinoirs van na de
Tweede Wereldoorlog, en ook bij de inrichting van de metrostations
en -perrons.
|
Ook
de verschillende objecten van straatmeubilair die onlangs
voor Amsterdam werden ontworpen, beantwoorden aan een zelfde
reeks uitgangpunten, zoals de abri's voor het openbaar vervoer
en de herinrichting van het Damrak en Rokin. Voorbeelden van
ontwerpen voor bewegwijzering zijn de VVV-voetgangersbewegwijzering
uit 1986 door Paul Mijksenaar en de uitgevoerde p-routeverwijzingen
van Buro Kruit, in opdracht van de firma Nederland Haarlem.
Ook bij de (vracht) autobewegwijzering voor Westpoort, het
voormalige Westelijk Havengebied,
|

Het
in maart 1994 in werking gestelde Amsterdamse Parkeerroute-verwijssysteem
naar en langs de bestaande (en toekomstige) parkeergarages in
de binnenstad
|
welke
direct aansluit op de ANWB-bewegwijzering van de toeleidende
autosnelwegen, is gewerkt vanuit de specifieke kwaliteiten
en ruimtelijke kenmerken van het gebied. BRS Premsela Vonk
werkte aan deze door dRO-straatmeubilair uitbestede ontwerpopdracht,
volgens de in het voorafgaande geschetste methodiek. Bij een
dergelijk functioneel opgezet ontwerp, op basis van herkenning
en verwerking van (toegevoegde) informatie, is decoratie in
de vorm van een bekroningselement meer dan een louter toegevoegde
waarde.
Als straatmeubilair zorgvuldig wordt ontworpen, in een beredeneerde
harmonie met de omgeving, dan staat het altijd in lijn met de
ontwikkeling in de tijd. Deze beoogde herkenning van de relatie
tussen de objecten en hun omgeving heeft een gunstig effect
op de aanblik en het gebruik van de openbare ruimte en op de
acceptatie en het gebruik van bewegwijzering.
Rob is in 2003 overleden.
 |
 |
|