|

Hans
Kruit Directeur
Kruit
Vormgeving, grafisch- en industrieel ontwerpen
|
|
|

|
Ik begin met het definiëren van het begrip bewegwijzering. Niet
als het ontwerpen van fraaie borden, plattegronden of routebeschrijvingen,
maar als 'oriëntatie in de ruimte'. Met dat uitgangspunt wordt
duidelijk dat de middelen die er zoal gebruikt worden om het
letterlijke doel te bereiken, keuzes zijn van een ontwerper.
Niet meer en niet minder.
Waar het om draait in de informatie-overdracht is een mentaal
proces, niet gebonden aan fysieke produkten. Alle factoren die
betrekking hebben op het genereren, overdragen en verwerken
van informatie in het algemeen zijn dan ook op dit proces, die
'oriëntatie in de ruimte', van invloed.
Middelen voor informatie overdracht
Het
gevolg is dat eigenlijk alle middelen die wij nu kennen voor
het overdragen van informatie van toepassing zijn. Daar zijn
niet alleen de borden, het papier, het druk-, snij- en plakwerk,
maar teven de electronica, de displays, de CD's, de PC's en
Personal Digital Assistents, de Voice Response en alle technieken
die ooit bedacht zijn om te communiceren. Zoals ook het persoonlijke
contact, de gids. Vrijheid in de keuze van middelen is niet
altijd een vanzelfsprekende zaak. Langs de weg zijn grote borden
nu eenmaal erg functioneel, in het gebouw bevinden zich nu eenmaal
kamers met bijbehorende naam- en nummerbordjes, enzovoort. Deze
vormen van bewegwijzering zijn de fakkels voor de oriëntatie.
De vuurtoren van Pharos is allang vervangen door een systeem
van elektrisch licht gecombineerd met Fresnellenzen, en zelfs
die 19de eeuwse bakens hebben hun functie overgedragen aan radio
en radar. Maar toch blijft de functie van de vuurtoren langs
de kust gehandhaafd. En zelfs het vuur als lichtbron blijft
het middel dat ter beschikking is als alle systemen falen.
 |
Electronica
als middel
Ook
de electronica heeft haar intrede gedaan voor oriëntatie in
de ruimte. Door de dragers dynamisch uit te voeren, dat wil
zeggen de teksten op afstand bestuurbaar te maken, wordt een
systeem van bewegwijzering ineens een medium dat geschikt is
voor de actualiteit. Belangrijke ontwikkeling daarbij langs
de openbare weg, maar ook in en rond het gebouw, is de toepassing
van geschikte displays, LCD, LED en fiberoptics; in voldoende
mate helder genoeg, groot genoeg, duidelijk genoeg en niet te
vergeten economisch haalbaar om ingepast te kunnen worden als
vervanger van statische borden. Maar wat te doen als de stroom
uitvalt?

Route
planner
Een hele
nieuwe vorm van informatie-overdracht voor oriëntatie is de
computer zelf. Door middel van uiteenlopende technieken, van
satelliet tot CD en multimedia, is het mogelijk geworden om
oriëntatie en plaatsbepaling niet meer via teksten op borden
te laten plaatsvinden, maar in allerlei vormen van uitgebreide
instructie, hetzij op papier afgedrukt, hetzij op een beeldscherm,
hetzij via het gesproken woord. Die middelen functioneren
als een gids en sturen ons persoonlijk, in overleg over de
aard van de route, door het onbekende gebied. Het klinkt wellicht
futuristisch, maar alle benodigde technieken zijn vandaag
de dag voor particuliere en commerciële toepassing beschikbaar
en hebben al in uiteenlopende situaties tot praktijkproeven
geleid.
|
Het juiste middel op de
juiste plek
Het
is interessant om te zien dat daarmee de vraag naar de essentie
van de bewegwijzering weer naar voren komt en alle ontwerpcreativiteit
aangewend moet worden om de juiste toepassing voor de juiste
situatie te bedenken, de juiste gids te vinden. Het middel zelf
wordt ter discussie gesteld en mogelijk vervangen door een geschikter
middel.

In
een heel andere wereld, de virtuele ruimte van de interactieve
toepassingen van steeds meer computerprogramma's, is de oriëntatie
een cruciaal item. Men spreekt daar niet voor niets van een
'mentaal model' voor het vinden van de weg. Bovendien wordt
deze virtuele driedimentionale wereld voorzien van panelen die
vaak erg veel weg hebben van bewegwijzeringsborden, zoals hier
te zien is bij het programma 'Editax' van de belastingdienst.
Een vraag die in het licht van deze publikatie naar voren komt,
is wat de rol van de traditionele bewegwijzering dan nog zal
zijn. Mijn idee is dat deze niet wordt aangetast, maar een accentverschuiving
zal krijgen. Oriëntatie in de ruimte zal mogelijk sterker dan
nu het geval is, een accent krijgen op plaatsbepaling, plek-
of route herkenning, zodat we van plaats naar plaats gestuurd
kunnen worden, via herkenbare routes. Dat hoeft niet in tekst
te gebeuren met pijlen of verwijzingen, zelfs niet met borden,
maar wel langs herkenningspunten. Het gaat dan om de identificatie
van de plek van de openbare ruimte of het gebouw in de architectuur.
Dat het bord, het informatievlak, de drager van licht en kleur,
daar vooralsnog toch een geschikt produkt voor is, staat vast.
Met name ook vanwege de mogelijkheid om er op systematische
wijze informatie op te standaardiseren. En vanwege het feit
dat als alle stroom uitvalt, de paal met het bord er nog zal
staan, tot in lengte van dagen.
|
 |
|